De korenmolen in Schoonrewoerd

Klik hier voor een uitgebreid artikel over de molen.

In 1846 werden in Schoonrewoerd plannen voor een windkorenmolen gemaakt. Arnoldus van Vliet, toendertijd timmerman in Schoonrewoerd, vroeg aan Koning Willem I toestemming om een windmolen op de hoek van de Kerksteeg te zetten. Antoine van den Berg, herbergier van "De Zwaan" maakte echter bezwaar. Hij vreesde dat de paarden, die voor zijn herberg stonden, van de molen zouden schrikken, als de molen minder dan 27 el uit het midden van de weg stond.
Deze afstand werd echter nog te klein geacht, en de molen werd op 63 el van het midden van de weg gebouwd. Uiteindelijk werd de vergunning verleend, en de molen gebouwd. Het werd een ronde stenen stellingmolen, met zijschoren onder de stelling. In de bouwvergunning werd geregeld, dat de molen slechts door de week mocht malen.Als er door de week te weinig wind zou zijn, zou de burgemeester op Zaterdag ontheffing verlenen voor het malen op Zondag. In 1850 werd een aanvraag gedaan om met de molen ook eikenschors (run) te malen. Dit werd toegestaan onder de voorwaarde, dat de stenen voor het malen van meel met een ketting en slot buiten werking werden gesteld als er eikenschors gemalen werd. Dit, om mogelijke ontduiking van de meelbelasting te voorkomen. Tot 1860 werd zeker twee dagen per week run gemalen.
   
Omdat in de omgeving veel akkerbouw werd bedreven, was de productiviteit van de molen hoog. Toen er later meer buitenlands graan werd ingevoerd, werd er minder gemalen, en op het laatst werd alleen nog veevoeder gemalen. In 1904 werd door de Gebroeders van Vliet een petroleummotor in dienst genomen, en niet meer met wind gemalen. De windmolen raakte hierdoor in verval. Hendrik Jan ten Brink vertrok uit Meppel naar Geldermalsen om daar op molen de Bouwing het vak te leren. Hij kocht de molen in Schoonrewoerd 1918. Hij liet de kap, roeden en stelling verwijderen waardoor alleen nog de stenen stomp als pakhuis overbleef. De dieselmotor was toen nog in gebruik, en Hendrik-Jan stond er om bekend dat hij nogal hard praatte om het geluid van de motor te overschreeuwen. Dit deed hij overigens ook buiten de molen nog. De romp van de molen deed nog dienst als pakhuis, maar werd in 1955 gesloopt, om plaats te maken voor een elektrische maalderij, die inmiddels ook weer gesloopt is.